Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
beginnen
De soldaten beginnen.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.