Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
horen
Ik kan je niet horen!
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
samenwerken
We werken samen als een team.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.