Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
serveren
De ober serveert het eten.