Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
genieten
Ze geniet van het leven.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
huilen
Het kind huilt in het bad.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
wassen
De moeder wast haar kind.