Woordenlijst
Oekraïens – Werkwoorden oefenen
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
walgen van
Ze walgde van spinnen.
trekken
Hij trekt de slee.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.