Woordenlijst
Portugees (BR) – Werkwoorden oefenen
uitkomen
Wat komt er uit het ei?
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.