Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
verhuizen
De buurman verhuist.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
kijken
Ze kijkt door een gat.
horen
Ik kan je niet horen!
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.