Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
beginnen
School begint net voor de kinderen.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
sturen
Hij stuurt een brief.