Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
vertrekken
De trein vertrekt.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
denken
Wie denk je dat sterker is?
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.