Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
pull out
How is he going to pull out that big fish?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
evaluate
He evaluates the performance of the company.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
hire
The applicant was hired.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
explain
Grandpa explains the world to his grandson.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
carry
They carry their children on their backs.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
drive away
She drives away in her car.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
deliver
Our daughter delivers newspapers during the holidays.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
use
She uses cosmetic products daily.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
go by train
I will go there by train.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
reply
She always replies first.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
come easy
Surfing comes easily to him.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.