Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
cause
Alcohol can cause headaches.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
punish
She punished her daughter.
straffen
Ze strafte haar dochter.
leave to
The owners leave their dogs to me for a walk.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
exercise restraint
I can’t spend too much money; I have to exercise restraint.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
mix
The painter mixes the colors.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
practice
The woman practices yoga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
demand
He is demanding compensation.
eisen
Hij eist compensatie.
be
You shouldn’t be sad!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
dare
I don’t dare to jump into the water.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
buy
They want to buy a house.
kopen
Ze willen een huis kopen.
park
The cars are parked in the underground garage.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.