Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
wachten
Ze wacht op de bus.
kopen
Ze willen een huis kopen.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
kussen
Hij kust de baby.
reizen
We reizen graag door Europa.
stoppen
De agente stopt de auto.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
doden
Ik zal de vlieg doden!