Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
moeten
Hij moet hier uitstappen.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
wachten
Ze wacht op de bus.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
serveren
De ober serveert het eten.