Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
achterlaten
Ze liet een stuk pizza voor me achter.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
raden
Je moet raden wie ik ben!
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
walgen van
Ze walgde van spinnen.