Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
leiden
Hij leidt graag een team.
wandelen
De groep wandelde over een brug.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.