Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
bereiden
Ze bereidt een taart.
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.