Woordenlijst
Tamil – Werkwoorden oefenen
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
lukken
Deze keer is het niet gelukt.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.
stoppen
De vrouw stopt een auto.