Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
vermijden
Hij moet noten vermijden.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.