Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
kopen
Ze willen een huis kopen.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.