Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
slaan
Ze slaat de bal over het net.