Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
geloven
Veel mensen geloven in God.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
draaien
Ze draait het vlees.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.