Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.