Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
eisen
Hij eist compensatie.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
verdwalen
Mijn sleutel is vandaag verloren gegaan!
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
wandelen
De groep wandelde over een brug.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.