Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
luisteren
Hij luistert naar haar.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.