Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.