Woordenlijst
Portugees (PT) – Werkwoorden oefenen
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.