Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.