Woordenlijst
Bosnisch – Werkwoorden oefenen
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.