Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.