Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.