Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
slapen
De baby slaapt.
tellen
Ze telt de munten.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.