Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
duwen
Ze duwen de man het water in.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.