Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
plukken
Ze plukte een appel.
moeten
Hij moet hier uitstappen.