Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
horen
Ik kan je niet horen!
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
trekken
Hij trekt de slee.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.