Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
veranderen
Het licht veranderde in groen.
huilen
Het kind huilt in het bad.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
binnenkomen
Kom binnen!
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.