Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!