Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
pronken
Hij pronkt graag met zijn geld.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.