Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
zingen
De kinderen zingen een lied.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
aanzetten
Zet de TV aan!
kijken
Ze kijkt door een gat.