Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.