Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.