Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
beperken
Moet handel worden beperkt?
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.