Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
haten
De twee jongens haten elkaar.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.