Woordenlijst
Bulgaars – Werkwoorden oefenen
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
drinken
Ze drinkt thee.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
verhuizen
De buurman verhuist.