Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
denken
Wie denk je dat sterker is?
zitten
Ze zit bij de zee tijdens zonsondergang.
luisteren
Hij luistert naar haar.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!