Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
reizen
We reizen graag door Europa.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
rennen
De atleet rent.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
spellen
De kinderen leren spellen.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.