Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
kussen
Hij kust de baby.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.