Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/90287300.webp
helisema
Kas kuuled kella helinat?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
cms/verbs-webp/116835795.webp
saabuma
Paljud inimesed saabuvad puhkusele matkaautoga.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
cms/verbs-webp/128782889.webp
imestama
Ta imestas, kui sai uudiseid.
verbazen
Ze was verbaasd toen ze het nieuws ontving.
cms/verbs-webp/132125626.webp
veenma
Ta peab sageli veenma oma tütart sööma.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
cms/verbs-webp/98294156.webp
kauplema
Inimesed kauplevad kasutatud mööbliga.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
cms/verbs-webp/123203853.webp
põhjustama
Alkohol võib põhjustada peavalu.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
cms/verbs-webp/93169145.webp
rääkima
Ta räägib oma kuulajaskonnaga.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/74119884.webp
avama
Laps avab oma kingituse.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
cms/verbs-webp/119613462.webp
ootama
Mu õde ootab last.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
cms/verbs-webp/109099922.webp
meelde tuletama
Arvuti tuletab mulle kohtumisi meelde.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
cms/verbs-webp/55269029.webp
mööda lööma
Ta lõi naela mööda ja vigastas end.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
cms/verbs-webp/75281875.webp
hoolitsema
Meie majahoidja hoolitseb lumekoristuse eest.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.