Woordenlijst
Leer werkwoorden – Ests
arendama
Nad arendavad uut strateegiat.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
piirama
Aiad piiravad meie vabadust.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
unustama
Ta ei taha unustada minevikku.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
avama
Kas sa saaksid mulle selle purgi avada?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
helistama
Tüdruk helistab oma sõbrale.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
võrdlema
Nad võrdlevad oma näitajaid.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
valetama
Mõnikord tuleb hädaolukorras valetada.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
tundma
Ta tunneb sageli end üksikuna.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
ette laskma
Keegi ei taha lasta tal supermarketi kassas ette minna.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
toimetama
Ta toimetab pitsasid kodudesse.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
otsima
Mida sa ei tea, pead üles otsima.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.