Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/4706191.webp
harjutama
Naine harjutab joogat.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
cms/verbs-webp/100298227.webp
kallistama
Ta kallistab oma vana isa.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
cms/verbs-webp/118826642.webp
selgitama
Vanaisa selgitab maailma oma lapselapsele.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
cms/verbs-webp/34567067.webp
otsima
Politsei otsib süüdlast.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
cms/verbs-webp/120254624.webp
juhtima
Ta naudib meeskonna juhtimist.
leiden
Hij leidt graag een team.
cms/verbs-webp/90554206.webp
teatama
Ta teatab skandaalist oma sõbrale.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/104476632.webp
nõusid pesema
Mulle ei meeldi nõusid pesta.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
cms/verbs-webp/101709371.webp
tootma
Robottidega saab odavamalt toota.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
cms/verbs-webp/47802599.webp
eelistama
Paljud lapsed eelistavad kommi tervislikule toidule.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
cms/verbs-webp/78063066.webp
hoidma
Ma hoian oma raha öökapil.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
cms/verbs-webp/104818122.webp
parandama
Ta tahtis kaablit parandada.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/26758664.webp
säästma
Mu lapsed on oma raha säästnud.
sparen
Mijn kinderen hebben hun eigen geld gespaard.