Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
get to know
Strange dogs want to get to know each other.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
run over
A cyclist was run over by a car.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
listen
He likes to listen to his pregnant wife’s belly.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
turn off
She turns off the electricity.
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
run
The athlete runs.
rennen
De atleet rent.
love
She really loves her horse.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
explore
The astronauts want to explore outer space.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
build
The children are building a tall tower.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
push
The nurse pushes the patient in a wheelchair.
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
sleep in
They want to finally sleep in for one night.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
pass
The students passed the exam.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.